In de tijd van 'voor de mechanisatie' maakte de boeren dankbaar gebruik van de hoger gelegen velden, daar viel graan te verbouwen en men liet er ook het vee lopen.
Op de lagere en veel nattere delen werd hooi verbouwd wat als voer voor de winter diende.
Vaak werden alleen de hogere delen bemest hierdoor werden de hoogte verschillen in stand gehouden en misschien zelfs wel door ontstaan.
Het gebied valt onder de zogenaamde Ecologische Hoofdstructuur, een onafgebroken natuurstrook door geheel Nederland.
Met de boeren in de omgeving zijn afspraken gemaakt over het beheer van de akkers.
Er wordt geen kunstmest gebruikt en ook bestrijdingsmiddelen zijn uit den boze.
Kruiden, bloemen zoals de dotter, de klaproos of de korenbloem tieren er welig.
De aanwezigheid van deze planten en zaden trekken weer allerlei vogels en insecten aan. In het natuurgebied wordt regelmatig de kwartelkoning, paapje, ortolaantjes of blauwborstje gesignaleerd.
Af en toe strijken er ook ooievaars en kraanvogels neer en door de heersende rust voelen de reeën er zich ook zeer op hun gemak.